Jaguar

 

De jaguar (Panthera onca) is een katachtige die voorkomt in Midden-Amerika en een groot deel van Zuid-Amerika. Hij lijkt sterk op de luipaard, maar is zwaarder gebouwd en heeft een forsere rozettentekening.

Er wordt een achttal ondersoorten onderscheiden:

 Neotropisch: 1. Panthera onca onca: Amazone- en Orinocobassin (Venezuela, Guyana, Suriname, Noord- en Centraal-Brazilië, oostelijk Bolivia). Stabiel.

 2. Panthera onca hernandesi: westelijk Mexico. Bedreigd.

 3. Panthera onca goldmanni: schiereiland van Yucatán. Bedreigd.

 4. Panthera onca centralis: Honduras, El Salvador, Nicaragua, Costa Rica, Panama, Colombia. Kwetsbaar.

 5. Panthera onca peruviana: Peru Kwetsbaar.

 6. Panthera onca palustris: Zuidelijk Brazilië tot noordelijk Argentinië. Bedreigd.

 Nearctisch: 7. Panthera onca ariconensis: Zuidoost-Arizona, Noordwest-Mexico. Bedreigd.

 8. Panthera onca veracrucensis: Zuidwest-Texas tot Tamaulipas, Veracruz tot Tabasco. Bedreigd.

Alleen de Panthera onca onca wordt niet bedreigd.

Lengte: kop-romp 110-180 cm, staart 45-90 cm, schouderhoogte 65-80 cm. Gewicht: 25-100 kg. Mannelijke jaguars zijn groter en zwaarder dan wijfjes.

De jaguar is de grootste en sterkste kat van Amerika. Het is een stevig gebouwd en krachtig dier met een brede kop en sterke kaken. De poten zijn relatief kort, maar erg sterk. De staart zorgt voor evenwicht bij het springen. De vacht is lichtgeel tot roodbruin met zwarte rozetten, ronde of ovale vlekken met daarin één of twee donkere stippen. Midden op de rug verandert de rij zwarte vlekken soms in een doorlopende lijn. Daarnaast bestaat er ook een melanistische (zwarte) variant, waarbij de vlekken wel te zien zijn in de zon. Door de ronde pupillen kan de jaguar prima zien tijdens de schemering. De zachte voetkussentjes zorgen ervoor dat de jaguar goed kan sluipen, en daarnaast heeft de jaguar intrekbare klauwen en lange en stevige hoektanden.

Jaguars kunnen in het wild 12-20 jaar oud worden, in gevangenschap kunnen ze enkele jaren ouder worden.

In een groot aantal verschillende biotopen kunnen jaguars te vinden zijn, variërend van dichtbegroeide nevelwouden en regenwouden tot kustwouden. Ook droogbossen en meer open terrein wordt wel door ze bewoond, maar alleen als er genoeg dekking is van gras en rotsen tijdens het jagen. Bij voorkeur leven jaguars in de buurt van water. Jaguar zijn de met de tijger de enige katachtige die van water houdt.