Siberische Tijger

 

De Siberische tijger (Panthera tigris altaica) is een zeer zeldzame ondersoort van de tijger. De Siberische tijger staat ook wel bekend onder de naam Amoertijger, Koreaanse tijger, Mantsjoerse tijger, Noord-Chinese tijger of Oessoeritijger, afhankelijk van waar deze voorkomt. Onderzoek heeft uitgewezen dat de Siberische tijger genetisch gezien bijna gelijk is aan de Kaspische tijger, die in 1970 is uitgestorven. De Siberische tijger heeft geen vaste paarperiode en houdt zich in leven door andere zoogdieren te eten, soms wel twee keer groter dan de tijger zelf.. Het is trouwens de grootste van de tijgers (en de katachtigen).

Deze tijger blijft, afhankelijk van de voedselvoorraad, soms jarenlang in een vast territorium. Ze markeren dat territorium met urine, en krabben aan de bomen. Mannelijke territoria kruisen elkaar nooit, vrouwelijke daarentegen wel. De Siberische tijger houdt vijanden buiten op plaatsen waar hij het nodig acht, zoals een grote voedselbron, of een stuk grond dat trouwens aan een wijfje behoort. Wat wel kan is het doorkruisen van het gebied door zowel mannetjes als vrouwtjes, zolang ze er maar niet blijven.

De Siberische tijger leeft in zeer koude omstandigheden. Hiervoor heeft hij zich aangepast. Hij bezit een dichtere wintervacht met lange haren, die lichter is (geel) dan die van andere tijgers (oranjerood.) Ook heeft hij een vetlaag langs zijn flanken en zijn buik van zo’n 5 cm dik. Dit beschermt hem tegen de ijzige wind en temperaturen van soms wel -45 °C.

Een mannetje kan ruim 3,25 meter lang worden (exclusief de staart van 1 meter), een vrouwtje is meestal kleiner. De grootste gevangen tijger aller tijden had een lengte van 3.70 meter. De schofthoogte bedraagt ruim een meter, en zijn gewicht varieert van 250 tot 280 kg. Een vrouwtje kan zo'n 7 jongen werpen, na een draagtijd van 95-112 dagen. De paartijd is het hele jaar door, en tijgers zijn geslachtsrijp vanaf hun 3e jaar. Mannetjes leven solitair. Een tijger kan in het wild zo’n 15 jaar oud worden.